"Zo, meneer Beer, u kunt er weer tegenaan." zei dokter Blobvis tegen meneer Beer. Meneer Beer was nu klaar met het laatste onderzoek van dokter Blobvis, na het herstel van zijn ontvoeringsavontuur.
"Dankuwel, dokter Blobvis. Dan kan ik nu naar de rechtbank gaan."
"Dat is goed, meneer Beer. Ik wens u veel succes."
"Bedankt, dokter Blobvis." zei meneer Beer, terwijl hij zijn stropdas opnieuw rondom zijn hals bevestigde. Na het schudden van elkaars handen stapte meneer Beer uit de praktijk van dokter Blobvis en zette hij koers in de richting van het gerechtsgebouw. Na enkele meters te hebben gelopen kwam meneer Beer de bakker tegen, meneer Papegaai.
"Goedemorgen, meneer Papegaai." zei meneer Beer.
"Goedemorgen, meneer Papegaai." antwoordde meneer Papegaai.
"Nee, meneer Papegaai, ú bent meneer Papegaai."
"O ja, meneer Beer, dat klopt. Mijn excuses, ik heb nog altijd last van mijn spraakgebrek. Maar vertelt u eens, waar gaat u naartoe, meneer Beer? Uw huis is toch helemaal niet deze kant op?" vroeg meneer Papegaai aan meneer Beer.
"Dat zal ik u eens uitleggen, meneer Papegaai. Zoals u wellicht weet ben ik onlangs ontvoerd geweest door meneer Raaf en filosoof Vis. Vandaag moet ik naar de rechtbank om te getuigen tegen het geboefte." legde meneer Beer uit.
"Vandaar dat u er zo netjes uitziet, meneer Beer."
"Inderdaad, meneer Papegaai. Zou ik u ook mogen vragen waar naartoe u op weg bent?"
"Uiteraard, meneer Beer."
"Waar naartoe bent u op weg, meneer Papegaai?"
"Naar dokter Blobvis, meneer Beer. Ik moet namelijk een nieuwe verwijzing naar de logopedist hebben, begrijpt u?"
"Ik begrijp het, meneer Papegaai." antwoordde meneer Beer. Na een groet vervolgde meneer Papegaai zijn weg en vervolgde meneer Beer de zijne, totdat plotseling zijn telefoon ging. Meneer Beer haalde het apparaatje uit zijn borstzak en nam op.
"Goedemorgen, met meneer Beer."
"Dag meneer Beer, mevrouw Beer hier. Ik vrees dat er een ongelukje is gebeurd."
"Oh jee, mevrouw Beer! U bent toch niet gewond?" vroeg een geschrokken meneer Beer.
"Welnee, meneer Beer. Het toilet heeft net een barst opgelopen aan de zijkant. U zult toch nog even naar de sanitairwinkel van meneer Egel moeten gaan alvorens u naar de rechtbank gaat."
"Dat is goed, mevrouw Beer. Blijft u thuis? Dan zal ik vragen of het ook bezorgd kan worden."
"Dat is goed, meneer Beer. Veel succes in de rechtbank!"
"Dankuwel, mevrouw Beer." zei meneer Beer, en hij hing weer op. Toevallig genoeg kwam hij net voorbij de sanitairwinkel van meneer Egel, genaamd Douch-Egel. Meneer Beer stapte naar binnen en zag meneer Egel achter de toonbank staan.
"G-g-gooeedemiddag me-me-meneer Beer."
"Goedemiddag meneer Egel. Ik wilde graag een nieuwe toiletpot aanschaffen."
"O-o-oh, da-da-dat kan. W-w-wat scheelt er a-a-aan de oude me-me-meneer Beer?"
"Ik werd zojuist door mevrouw Beer gebeld die mij meldde dat er een barst in de zijkant van het porselein zat."
"M-m-maar dan ka-ka-kan ik ook wel even l-l-langsgaan om te kij-kij-kijken of het m-m-misschien op een andere ma-ma-manier o-o-op te lossen is. Da-da-dat kan goed-goed-goedkoper voor u ui-ui-uitvallen, me-me-meneer Beer."
"Dat is goed, meneer Egel, mevrouw Beer zou thuisblijven voor het geval er vandaag nog een nieuw toilet zou worden langsgebracht."
"O-o-oké, me-me-meneer Beer. Dan zal ik weldra na-na-naar uw huis gaan o-o-om de schade op te me-me-meten."
"Dat is goed, meneer Egel. Tot ziens." zei meneer Beer, terwijl hij nu echt zijn weg naar het gerechtsgebouw vervolgde.
Even later kwam meneer Beer inderdaad bij de rechtbank aan, waar hij opgevangen werd door de officier van justitie, meneer Wezel.
"Goedemiddag, meneer Beer. Vandaag mogen de verdachten en u hun verhaal doen." zei hij, maar voordat hij uitgesproken was begon de grond plots te schudden onder de voeten van de aanwezigen. Het gedreun kwam alsmaar dichter en dichterbij, waarop er een enorme deur opende en meneer Wolharige Mammoet, de rechter, de kamer binnenkwam. Met forse dreunen liep meneer Wolharige Mammoet richting zijn stoel en toen hij plaatsnam volgde er een diepe zucht die tot ver in het gebouw te horen was.
"Gaat u allen staan voor de rechter!" beval de aanwezige agent Bromvlieg aan de aanwezigen. Meneer Wolharige Mammoet keek over zijn bril en zag dat één van de aanwezigen bleef zetten.
"Agent Bromvlieg, wie is die mevrouw die weigert te gaan staan?" vroeg meneer Wolharige Mammoet.
"Dat is mevrouw Antiloop, meneer Wolharige Mammoet. Mevrouw Antiloop zit in een rolstoel."
"Mijn excuses, mevrouw Antiloop. U kunt overigens allen weer plaatsnemen." aldus meneer Wolharige Mammoet, en zo geschiedde.
"Dan mag u nu uw eerste getuige horen, meneer Wezel." zei meneer Wolharige Mammoet.
"Mijn eerste getuige is meneer Beer."
"Dan mag meneer Beer plaatsnemen in het getuigenbankje, meneer Wezel. Agent Bromvlieg, wijst u meneer Beer de weg?" vroeg meneer Wolharige Mammoet aan agent Bromvlieg.
"Zeker, meneer Wolharige Mammoet." zei agent Bromvlieg, en hij liep naar meneer Beer toe om hem vervolgens naar het getuigenbankje te escorteren.
"Dag meneer Beer."
"Dag meneer Wezel."
"U bent ontvoerd door de verdachten, namelijk filosoof Vis en meneer Raaf. Klopt dit, meneer Beer?"
"Dat is juist, meneer Wezel."
"En hoe hebben zij dit gedaan, meneer Beer?"
"Door een verdovend middel in de gezouten pinda's van meneer Octopus te doen, meneer Wezel. Ik heb ook een aantal pinda's opgegeten."
"En toen, meneer Beer?"
"Toen heeft filosoof Vis zich als mevrouw Konijn verkleed, mij het huis van mevrouw Konijn ingelokt, gewacht totdat ik het bewustzijn verloor en mij daarna samen met meneer Raaf naar een andere woning gebracht. Ik wist meteen dat er iets niet klopte, meneer Wezel. Mevrouw Konijn probeert mij namelijk wel vaker uit te nodigen, maar ik kan haar lokroepen normaal altijd weerstaan."
"Intrigerend, meneer Beer." sprak meneer Wolharige Mammoet, terwijl hij een aantal notities maakte en het publiek aanschouwde, waarin ook mevrouw Konijn zich bevond.
"Dan is het nu tijd voor de verdachten, meneer Wezel." zei meneer Wolharige Mammoet.
"Eén van de verdachten weigert, meneer Wolharige Mammoet." antwoordde meneer Wezel.
"Qui tacet, consentit, meneer Wezel. En de andere verdachte?"
"De andere heeft een volledige verklaring toegezegd, meneer Wolharige Mammoet."
"Agent Bromvlieg, wilt u de verdachte die wel een verklaring wil afleggen halen?"
"Zeker, meneer Wolharige Mammoet." antwoordde agent Bromvlieg. Hij liep een andere kamer binnen en kwam even later terug met een geboeide meneer Raaf. Op het moment dat de twee heren de rechtszaal betraden begonnen de aanwezigen te joelen en met tomaten naar meneer Raaf te gooien.
"Orde in de zaal!" schreeuwde meneer Wolharige Mammoet een aantal keren. Agent Bromvlieg bracht meneer Raaf weer weg en werkte vervolgens de opstandige meute de rechtszaal uit.
"Welverdraaid!" riep meneer Wolharige Mammoet. "Dit heb ik in mijn lange loopbaan nog nooit meegemaakt. U bent vast een populair man, meneer Beer."
"Daar heeft het alle schijn van, meneer Wolharige Mammoet. Wat gaat er nu gebeuren?"
"Nu, meneer Beer, brengt meneer Wezel u naar huis, gaat agent Bromvlieg de rechtszaal fatsoeneren en hervatten wij de zaak morgen wel weer, zónder toeschouwers. Men is overduidelijk erg emotioneel met betrekking tot deze kwestie." zei meneer Wolharige Mammoet.
Even later zaten meneer Beer en meneer Wezel in de auto van meneer Wezel op weg naar het huis van meneer Beer toen plots de bolide van meneer Wezel rare geluiden begon te maken.
"Hoort uw bolide dergelijke geluiden te maken, meneer Wezel?" vroeg een argwanende meneer Beer.
"Ik heb hier geen goed gevoel over, meneer Beer. Wellicht is het een goed idee om even te stoppen." zei meneer Wezel. Hij zette zijn auto aan de kant van de weg, en op het moment dat de wagen stilstond ontsnapte er pardoes rook vanonder de motorkap. Meneer Beer en meneer Wezel sprongen snel uit de bolide en renden naar een toevallig in de buurt zijnde een praatpaal toe.
"Hallo, met meneer Wezel, mijn auto heeft de geest gegeven."
"Goedemiddag, meneer Wezel." zei de stem uit de praatpaal. "Hoe heeft uw auto precies de geest gegeven?"
"Mijn auto maakte zojuist rare geluiden, zo raar zelfs dat ik besloot om hem langs de kant van de weg te zetten. Op het moment dat hij tot stilstand kwam, ontsnapte er pardoes rook vanonder de motorkap."
"Dat klinkt niet goed, meneer Wezel. Ik zal weldra meneer Octopus met zijn tentakelwagen uw kant op sturen."
"Dankuwel, persoon praatpaalstem." zei meneer Wezel.
"Ik vrees dat we even zullen moeten wachten op meneer Octopus, meneer Beer."
"Dat geeft niet, meneer Wezel. Mijn huis is hier in de buurt gesitueerd, dus zal ik het laatste stukje wel te voet afleggen. Bedankt voor de lift, meneer Wezel."
"Dat is goed. Tot morgen, meneer Beer."
"Tot morgen, meneer Wezel." zei meneer Beer, waarop hij dus te voet zijn weg naar huis vervolgde. Enkele minuten later kwam meneer Beer bij zijn voordeur aan. Op het moment dat hij zijn sleutel in zijn voordeur probeert te steken gaat de deur al open. Meneer Beer kijkt op en ziet mevrouw Beer in een prachtige jurk naar buiten stappen.
"Wij gaan uit eten, meneer Beer." zei ze met een glimlach tegen haar man. Meneer Beer glimlachte terug, sloot de deur, draaide deze weer op slot en liep achter mevrouw Beer aan het tuinpad af.
zaterdag 25 juni 2011
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)

0 Bipsjes reageerden:
Een reactie plaatsen